Stichting Coldcasezaken roept nogmaals op om politiegegevens niet te vernietigen
Stel je voor: een agent gaat af op een melding van een verkeersruzie op een parkeerterrein. Hij sust de boel, noteert de gegevens van de betrokken mannen en rijdt door. Twee jaar later wordt er een paar straten verderop een moord gepleegd. De zaak wordt niet opgelost. Vijftien jaar later leest een nieuw rechercheteam het dossier opnieuw door en stuit op een getuigenverklaring van een buurtbewoner die tot vier keer toe een blauwe Peugeot voorbij zag rijden in de straat. Omdat het hem opviel, had hij de laatste drie cijfers van het kenteken onthouden.
Het team zoekt in de artikel 8-politiegegevens - de database waarin de politie alles bijhoudt wat ze tegenkomt tijdens haar dagelijkse werk, van verkeersovertredingen tot meldingen van burenruzies - en stuit op die ene verkeersruzie op dat parkeerterrein.
Eén van de betrokkenen had een blauwe Peugeot 206. De laatste drie cijfers van zijn kenteken komen overeen met de cijfers die de buurtbewoner had onthouden. Als ze de eigenaar nazoeken, blijkt het een oud-collega van het latere slachtoffer te zijn. Een doorbraak die er zonder die gegevens nooit was geweest.
Dit is geen ver-van-mijn-bed scenario. Dit is precies hoe cold cases worden opgelost. En precies daarom maakt Stichting Coldcasezaken zich ernstig zorgen over het besluit van minister David van Weel om deze artikel 8-politiegegevens te vernietigen.
Wat zijn die artikel 8-politiegegevens eigenlijk?
De politie legt dagelijks enorme hoeveelheden informatie vast bij haar gewone werkzaamheden. Niet alleen over verdachten, maar over iedereen die op welke manier dan ook in aanraking komt met de politie. Een melding van overlast, een aanrijding, een ruzie op straat, een verkeerscontrole. Al die gegevens worden opgeslagen in wat officieel de artikel 8-politiegegevens heet, vernoemd naar het artikel in de Wet politiegegevens waarop de verzameling is gebaseerd. Volgens de wet moeten deze gegevens na vijf jaar worden verwijderd uit de actieve systemen en na tien jaar volledig worden vernietigd. In 2019 besloot toenmalig korpschef Akerboom, met toestemming van minister Grapperhaus en de Tweede Kamer, dat niet te doen. De redenering was simpel: je weet van tevoren nooit welk gegeven ooit de sleutel blijkt te zijn in een onopgeloste zaak. Dat besluit wordt nu teruggedraaid.
Minister Van Weel beroept zich o.a. op een advies van de Raad van State, die in maart 2025 concludeerde dat het bewaren van al deze gegevens voor tientallen jaren niet evenredig is. De Raad wees daarbij op het ontbreken van concrete cijfers over hoe vaak deze gegevens daadwerkelijk hebben bijgedragen aan het oplossen van cold cases. Zonder die onderbouwing is de inbreuk op de privacy van miljoenen mensen, van wie de overgrote meerderheid nooit ergens van verdacht is geweest, moeilijk te rechtvaardigen.
Maar hier zit een redenering die op zijn minst vraagtekens oproept. Het ontbreken van die cijfers zegt namelijk niets over de nuttigheid van de gegevens zelf. Het zegt iets over de staat van het Nederlandse cold case-systeem. Twaalf politie-eenheden die allemaal los van elkaar werken, zonder structurele aanpak, zonder apart budget en zonder een overkoepelend programma van het Openbaar Ministerie. Rechercheurs die cold cases behandelen zijn vaak dezelfde mensen die ook actuele zaken op hun bord hebben, of het zijn gepensioneerde vrijwilligers die nog een dag per week willen bijdragen. Het aantal cold cases dat jaarlijks wordt opgelost ligt schrikbarend laag, en dat is geen toeval. In zo'n versnipperd systeem, waarbij die twaalf eenheden volledig los van elkaar opereren zonder centrale coördinatie, bestaat er simpelweg geen overkoepelend overzicht van welke artikel 8-gegevens ooit hebben bijgedragen aan een doorbraak. Niet omdat het niet belangrijk is, maar omdat niemand verantwoordelijk is voor het geheel. In zo'n situatie kun je de Raad van State niet verwijten dat zij geen cijfers ziet — die cijfers kunnen er gewoonweg niet zijn.
Dan is er nog een veelgehoord argument dat vernietiging juridisch verplicht zou zijn, maar ook dat verdient nuancering. De Raad van State concludeerde dat bewaring in de huidige vorm niet evenredig is, maar dat is geen absoluut verbod. De Raad erkent zelf dat gegevens die direct te koppelen zijn aan een cold case al langer bewaard mogen worden. Bovendien onderzoekt Van Weel momenteel hoe vier andere EU-landen met de bewaartermijnen omgaan, wat aangeeft dat er binnen Europa geen uniforme grens bestaat. Landen hebben ruimte om eigen keuzes te maken, mits zij de noodzaak daarvan goed kunnen onderbouwen. Die onderbouwing ontbreekt nu in Nederland, maar de oplossing daarvoor is een beter systeem, geen vernietiging.
De wet zelf verdient overigens ook een kritische blik.
Die bewaartermijnen zijn ooit vastgesteld in een tijd waarin een politieaantekening over een verkeersruzie inderdaad weinig meer was dan een stukje papier in een archief. Twintig jaar geleden waren de mogelijkheden om zulke gegevens te doorzoeken en te koppelen aan andere informatie zo beperkt dat een lange bewaartermijn misschien inderdaad weinig nut had. Maar die wereld bestaat niet meer. DNA-technieken, verbeterde databanken en slimmere zoekmethoden hebben de afgelopen decennia al fundamenteel veranderd hoe politieonderzoek werkt. En met de opkomst van AI staat er opnieuw een omwenteling voor de deur. Over een paar jaar is het mogelijk om in korte tijd verbanden te leggen tussen onopgeloste zaken en gegevens die nu nog als onbetekenend in een database staan. Nederland werkt bovendien aan de oprichting van een landelijk coldcaseteam dat wél gestructureerd en gecoördineerd te werk gaat. Juist zo'n team heeft die artikel 8-gegevens keihard nodig om zijn werk goed te kunnen doen. De wet is simpelweg niet meer van deze tijd, en het zou zonde zijn om nu gegevens te vernietigen die over enkele jaren misschien de sleutel blijken te zijn in tientallen onopgeloste zaken.
Sla ze op met strenge toegangsprotocollen
De gegevens hoeven daarvoor niet open en bloot toegankelijk te zijn. Sla ze op met strenge toegangsprotocollen, waarbij een officier van justitie toestemming vraagt aan de rechter-commissaris om gericht in de data te mogen zoeken in het kader van een specifieke cold case. De Autoriteit Persoonsgegevens houdt toezicht op wie er wanneer en waarom toegang heeft gehad. Op andere gebieden waar gevoelige persoonsgegevens een rol spelen werkt dit systeem al. Het is dus te doen.
Zelfs een ruime meerderheid van de Tweede Kamer, inclusief coalitiepartijen, heeft zich uitgesproken tegen vernietiging en wil dat Van Weel naar een alternatief zoekt. De politieke wil is er. Stichting Coldcasezaken roept de minister op om die data te beveiligen en beschikbaar te houden voor de toekomst, onder strikte voorwaarden en met rechterlijk toezicht, met als enig doel gerechtigheid voor de slachtoffers en nabestaanden van zaken die nu nog onopgelost zijn.
Reactie plaatsen
Reacties