Volg hier de strijd tussen Stichting Coldcasezaken en de politie over het vrijgeven van honderden, zo niet duizenden, onopgeloste cold cases.


Directeur Sander Meyer diende een WOO-verzoek in bij de politie met een eenvoudig maar dringend verzoek: maak alle onopgeloste cold cases publiekelijk bekend, zodat ook voor deze zaken om gouden tips kan worden gevraagd. De politie wees dit af en verschuilt zich achter juridische en privacyargumenten. Hoewel Meyer deze houding van tevoren al had verwacht, laat hij zich er niet door ontmoedigen. Vastbesloten zet hij de strijd voort, bijgestaan door een zeer ervaren jurist. Hieronder leest u de correspondentie tussen Meyer en de politie over dit onderwerp.


Het originele WOO-verzoek (maart 2026)

Geachte heer/mevrouw,

Namens Stichting Coldcasezaken verzoek ik u hierbij formeel, op grond van de Wet open overheid (Woo), om openbaarmaking en verstrekking van de beschikbare lijst met onopgeloste levensdelicten (“cold cases”) die bij de politie bekend zijn, inclusief de volgende gegevens per zaak:

- naam (voor- en achternaam) van het slachtoffer
- plaats en jaar (bij benadering: dag/maand/jaar indien beschikbaar) van het delict
- kwalificatie van het delict (bijvoorbeeld: moord, doodslag, levensdelict, vermissing met vermoedelijk misdrijf)
- (indien mogelijk) een beknopte omschrijving van de toedracht in neutrale bewoordingen.

1. Maatschappelijk belang en aard van de misdrijven

Onopgeloste levensdelicten vertegenwoordigen een zeer groot maatschappelijk belang: er loopt in veel gevallen een dader of medepleger rond die nooit is geïdentificeerd, vervolgd of veroordeeld, en de kans op nieuw ernstig geweld is reëel aanwezig. Bovendien blijven nabestaanden van slachtoffers vaak decennialang in onzekerheid en zonder sluiting. Een volledig en publiekelijk kenbaar overzicht van deze zaken vergroot de mogelijkheid op nieuwe tips, informatie en getuigen, en kan de kans op oplossing van deze zaken vergroten, zoals internationale ervaring met publieke coldcase‑platforms laat zien.

Het gaat hier bovendien niet om lichtvaardige of privé‑achtige aangelegenheden, maar om de zwaarste misdrijven in ons rechtssysteem: opzettelijke levensdelicten en daarmee vergelijkbare zaken. De aard en ernst van deze delicten rechtvaardigen een ruimere openbaarheid dan bij veel andere persoonsgebonden kwesties.

2. Privacy van overledenen en nabestaanden

Een belangrijk punt in eerdere informele contacten is het beroep op “privacy” van nabestaanden bij het niet openbaar maken van de lijst. Juridisch is dat argument beperkt houdbaar.
De AVG (Algemene verordening gegevensbescherming) ziet uitsluitend op levende natuurlijke personen. De privacybescherming in de AVG geldt niet voor overledenen.
Nederlandse wetgever heeft er bij implementatie van de AVG bewust voor gekozen geen aparte regeling op te nemen voor privacyrechten van overledenen.
Nabestaanden kunnen in Nederland in beginsel niet rechtstreeks de privacyrechten van een overledene uitoefenen; deze rechten zijn hoogstpersoonlijk en gaan niet over op erfgenamen of familie.

Dat betekent dat het noemen van de naam van een overleden slachtoffer van een levensdelict niet zonder meer kan worden geweigerd met een beroep op AVG‑privacy van het slachtoffer of van nabestaanden. Indien nabestaanden in individuele gevallen menen dat publicatie van de naam onrechtmatig is jegens hénzelf (bijvoorbeeld wegens aantasting van eer en goede naam of anderszins), staat hun een civielrechtelijke route open; dat is echter iets anders dan een algemene grond om systematisch namen van slachtoffers geheim te houden.

Daarbij komt dat in het Nederlandse rechts- en mediabestel een groot deel van de slachtoffers van ernstige gewelds- en zedendelicten bij naam (voor- en achternaam) wordt genoemd in openlijke rechtspraak, mediaberichtgeving en ook in perscommunicatie rond strafzaken. Verdachten worden in de media vaak aangeduid met initialen, juist om hun onschuldpresumptie en privacy te beschermen, maar slachtoffers worden doorgaans bij naam geïdentificeerd. Het noemen van de naam van een slachtoffer is in die context naar vaste opvatting een uitwerking van het maatschappelijk belang bij inzicht, transparantie en verslaglegging van ernstige misdrijven.

In de strafdossiers zelf is privacy van slachtoffers de laatste jaren versterkt door het beperken van gevoelige gegevens (adres, contactgegevens, BSN e.d.), maar ook daar geldt dat naam en geboortedatum in beginsel zichtbaar blijven en juist niet standaard worden geanonimiseerd. Met andere woorden: zelfs in de meest beschermde context – het strafdossier – wordt niet verlangd dat de identiteit van slachtoffers geheel verborgen blijft.

Het argument dat een overzichtslijst van cold cases met naam van het slachtoffer niet zou mogen worden verstrekt “vanwege privacy van nabestaanden” vindt dus geen directe steun in de AVG en staat op gespannen voet met de vaste praktijk van openbaarheid van slachtoffergegevens in rechtspraak en media.

3. Geen wettelijk verbod op het noemen van slachtoffers in een online database

Voor zover mij bekend, bestaat er geen enkel specifiek wettelijk verbod dat de overheid/politie verhindert om de naam van een overleden slachtoffer van een onopgelost levensdelict te vermelden
in een door of in opdracht van de overheid beheerde openbare (online) database, mits daarbij overige privacy‑ en veiligheidsbelangen zorgvuldig worden afgewogen.

De grondrechten op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer en de bescherming van persoonsgegevens zijn primair bedoeld voor levende personen.

De in beleid en richtlijnen genoemde bescherming van de privacy van slachtoffers ziet met name op het voorkomen van blootlegging van hedendaagse, gevoelige privé-informatie (adres, medische gegevens, intieme omstandigheden, verblijfplaats).

Het enkel vermelden dat persoon X in jaar Y in plaats Z slachtoffer is geworden van een (onopgelost) levensdelict, is in het Nederlandse rechtsstelsel in het algemeen niet verboden en wordt dagelijks gedaan via rechtspraakpublicaties, nieuwsberichten en publieke registraties.

In individuele gevallen kan uiteraard een belangenafweging nodig zijn, maar een categorische weigering om alle namen van slachtoffers standaard weg te laten of geheim te houden, is moeilijk verenigbaar met deze praktijk en met de systematiek van de Woo, waarin openbaarheid het uitgangspunt is en beperkingen daarop een uitzondering vormen die concreet moet worden gemotiveerd.

4. Toepassing Woo: openbaarheid als uitgangspunt, weigering gemotiveerd en zo beperkt mogelijk

Op grond van de Woo geldt openbaarheid als uitgangspunt: bestuursorganen verstrekken uit eigen beweging en op verzoek informatie over bestuurlijke aangelegenheden, tenzij zich een in de wet limitatief opgesomde weigeringsgrond voordoet. Eventuele weigeringsgronden (bijvoorbeeld bescherming van de persoonlijke levenssfeer van nog levende personen, of het belang van opsporing en vervolging) moeten daarbij: concreet worden gemaakt per categorie informatie;
worden afgewogen tegen het zwaarwegende publieke belang van openbaarheid;
zo beperkt mogelijk worden toegepast (bijvoorbeeld door te anonimiseren of te rubriceren in plaats van hele documenten of datasets volledig te weigeren).

In dit kader verzoek ik nadrukkelijk:
Om verstrekking van de lijst inclusief namen van slachtoffers, nu het gaat om overledenen en de AVG daarop niet van toepassing is.
Indien u meent dat bepaalde gegevens niet kunnen worden verstrekt (bijvoorbeeld adressen, BSN’s of gegevens waaruit de identiteit van nog levende getuigen of verdachten direct volgt), verzoek ik u die gegevens selectief te maskeren of te anonimiseren, in plaats van de lijst als geheel te weigeren.

Indien u zich beroept op een weigeringsgrond, verzoek ik een gespecificeerde motivering per categorie (bijvoorbeeld: “naam slachtoffer”, “plaats delict”, “jaar delict”, “korte omschrijving”), zodat duidelijk is welke belangen volgens u zwaarder wegen dan het maatschappelijke belang van openbaarheid.

Het enkele feit dat sommige nabestaanden het als emotioneel belastend kunnen ervaren om de zaak van hun familielid in een openbare lijst terug te zien, is op zichzelf onvoldoende om structureel alle namen te weigeren. Emotionele belasting van derden kan in uitzonderlijke individuele gevallen meewegen, maar is geen zelfstandige, generieke weigeringsgrond onder de Woo.

Als andere belangen (bijvoorbeeld opsporing) in specifieke zaken werkelijk worden geschaad door naamsvermelding, kunnen die concrete zaken desnoods deels worden geanonimiseerd; dat rechtvaardigt echter niet een algemene blokkade.

5. Verhouding tot opsporingsbelang
Ik onderken dat het opsporingsbelang in sommige lopende zaken een rol kan spelen bij de vraag in hoeverre details over een zaak openbaar gemaakt kunnen worden. Dat opsporingsbelang kan echter niet zonder nadere motivering worden ingeroepen om het louter bestaan van een cold case en de identiteit van het slachtoffer geheim te houden.

De ervaring met cold case‑publicaties in binnen- en buitenland laat juist zien dat gecontroleerde, feitelijke openbaarmaking (inclusief naam van het slachtoffer) vaak leidt tot nieuwe informatie en tips, en daarmee het opsporingsbelang ondersteunt in plaats van schaadt. Het ligt dan ook voor de hand dat u, indien u zich op het opsporingsbelang beroept, per zaak of per beperkte categorie concreet uiteenzet waarom bekendmaking van juist die informatie de opsporing ernstig zou frustreren.

6. Samenvattend verzoek
Samenvattend verzoek ik u op grond van de Woo:
De volledige, bij u beschikbare lijst van onopgeloste levensdelicten (“cold cases”) te verstrekken, inclusief naam van het slachtoffer, plaats en jaar van het delict, type delict en een korte omschrijving.
Eventuele gegevens die betrekking hebben op nog levende verdachten, getuigen of andere derden, of die tot onevenredige inbreuk op hun persoonlijke levenssfeer zouden leiden, te anonimiseren of te maskeren, in plaats van de lijst als geheel te weigeren.

Eventuele (gedeeltelijke) weigeringen van verstrekking specifiek en concreet te motiveren per categorie informatie, onder verwijzing naar de toepasselijke weigeringsgrond(en) uit de Woo en met een kenbare belangenafweging tussen openbaarheid en de door u gestelde tegenbelangen.

Ik verzoek u deze brief aan te merken als een formeel Woo‑verzoek en de behandeling conform de wettelijke termijnen en procedures te laten plaatsvinden.

Mocht u aanvullende specificaties of verduidelijkingen nodig hebben om dit verzoek in behandeling te nemen, dan verneem ik dat graag.

Met vriendelijke groet,
Sander Meyer


Politie: Besluit inzake Woo-verzoek

POLITIE
Afzender
Woo-desk
Woo.skl@politie.nl
088-9645051

Dhr. S. Meyer
---
---
VERZONDEN 6 MEI 2026

Datum 4 mei 2026
Ons kenmerk 2026-0013195/14225
Uw kenmerk

Behandeld door J. ----

Onderwerp Besluit inzake Woo-verzoek

Geachte heer Meyer,
In uw verzoek van 16 maart 2026, door mij ontvangen op dezelfde dag, heeft u mij gevraagd informatie openbaar te maken over – kort samengevat – cold cases.

Op 19 maart 2026 heeft u bericht ontvangen dat uw verzoek in goede orde is ontvangen. Daarbij is medegedeeld dat uw verzoek binnen vier weken na ontvangst wordt beoordeeld. Op 9 april 2026 heb ik aangegeven dat de beoordeling van uw verzoek, vanwege de zorgvuldige behandeling, meer tijd in beslag neemt dan vier weken, waardoor het niet lukt daarbinnen de wettelijke beslistermijn inhoudelijk op te reageren.

Ik heb aangegeven dat ik hier twee weken extra de tijd voor nodig heb. De uiterlijke beslissingsdatum is daarmee 28 april 2026 geworden.
1. Wettelijk kader
Ik behandel uw verzoek als een verzoek op grond van de Wet open overheid (Woo).
2. Besluit
Ik besluit de door u gevraagde informatie niet openbaar te maken.
3. Overwegingen
Geen verplichting tot het vervaardigen van nieuwe documenten
De Woo ziet uitsluitend op publieke informatie die is neergelegd in documenten die feitelijk onder mij berusten of behoren te berusten. Uit vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State blijkt dat de Woo geen verplichting bevat tot het vervaardigen van nieuwe
documenten, ongeacht de mate van inspanning.¹ Indien informatie is vastgelegd in een database, maar deze bewerkt dient te worden om een op grond van de Woo ingediend verzoek te voldoen, is er sprake van het creëren van een nieuw document.² In uw verzoek vraagt u concreet om “de beschikbare lijst met onopgeloste levensdelicten, inclusief de volgende gegevens per zaak: naam (voor- en achternaam) van het slachtoffer, plaats en jaar (bij benadering: dag/maand/jaar indien beschikbaar) van het delict, kwalificatie van het delict (bijvoorbeeld: moord, doodslag, levensdelict), vermissing met vermoedelijk misdrijf) (indien mogelijk) een beknopte omschrijving van de toedracht”.


In neutrale bewoordingen. Er bestaat geen lijst of overzicht waarin deze informatie als zodanig is vastgelegd. Gelet op het feit dat de Woo niet verplicht tot het vervaardigen van nieuwe documenten of het genereren van nieuwe overzichten, kan dit onderdeel van uw verzoek niet worden ingewilligd.

Bescherming van de persoonlijke levenssfeer
Subsidiair wordt overwogen dat, voor zover er in het verleden een (inmiddels verouderd) overzicht of lijst van cold cases heeft bestaan, deze gegevens betrekking hebben op de persoonlijke levenssfeer van betrokkenen. Op grond van artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder e, van de Woo kan ik geen informatie openbaar maken als dit de persoonlijke levenssfeer schaadt en dit belang zwaarder weegt dan het belang van openbaarheid.

Allereerst wordt overwogen dat, hoewel de bescherming van de persoonlijke levenssfeer op grond van de Woo strikt genomen niet van toepassing is op overleden personen, dit niet betekent dat er geen enkele bescherming meer bestaat. Uit jurisprudentie volgt namelijk dat dit artikel ook strekt tot de bescherming van de belangen van nabestaanden.³ Cold cases betreffen vaak ernstige misdrijven, zoals moord, doodslag of vermissingen. Openbaarmaking van informatie over onopgeloste strafzaken kan een ernstige inbreuk vormen op de persoonlijke levenssfeer van nabestaanden. Het leiden tot hernieuwde confrontatie met traumatische gebeurtenissen, emotionele belasting en verstoring van het verwerkingsproces en ongewenste publiciteit. Het gaat in het overzicht waar u om vraagt namelijk om gegevens die direct of indirect te herleiden zijn tot het slachtoffer (en daarmee ook plaats van de volledige namen van slachtoffers).

Daarbij wordt mede in aanmerking genomen dat in het verleden overzichten van cold cases openbaar zijn gemaakt, maar dat dit uitsluitend plaatsvond na zorgvuldig overleg en met instemming van nabestaanden.⁴ Uit ervaring is gebleken dat dergelijke openbaarmakingen in de praktijk regelmatig hebben geleid tot onrust en frustratie bij nabestaanden, onder meer door hernieuwde media-aandacht en publieke speculaties.

Gelet op deze ervaringen en de daarmee gepaard gaande belasting voor betrokkenen, wordt thans een terughoudender beleid gevoerd ten aanzien van openbaarmaking van informatie. Het belang van bescherming van de persoonlijke levenssfeer en het voorkomen van ongewenste gevolgen voor nabestaanden weegt in dit kader zwaarder dan het belang van openbaarmaking. Ik maak deze afweging in neutrale bewoordingen.

Plaatsing op internet
Dit besluit wordt op www.politie.nl gepubliceerd.

Met vriendelijke groet,
De korpschef van politie,
namens deze,
[handtekening]
----
mr. ----
plv. Hoofd Juridische Zaken

Rechtsmiddelen

Indien u zich niet kunt verenigen met de inhoud van dit besluit, kunt u binnen zes weken na de bekendmaking van dit besluit schriftelijk bezwaar maken, overeenkomstig de Algemene wet bestuursrecht. Het bezwaarschrift dient te worden gericht aan de korpschef van de politie ter attentie van de Woo-desk onder vermelding van het kenmerk van de politie zoals deze is vermeld in het colofon van het besluit.
U kunt uw bezwaarschrift per post versturen naar postbus 17107, 2502 CC Den Haag of op elektronische wijze uitsluitend mailen naar woo.skl@politie.nl.

Het bezwaarschrift moet ondertekend zijn en bevat ten minste uw naam en adres, de dagtekening, een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar is gericht en de gronden van bezwaar.
Indien het bezwaarschrift niet door de belanghebbende maar namens deze wordt ingediend, dient een volmacht te worden verstrekt. Tevens wordt verzocht een kopie van het besluit waartegen bezwaar wordt gemaakt mee te zenden. Let op: Het indienen van een bezwaarschrift schorst niet de werking van het besluit.


Pro forma bezwaar Meyer

Geachte heer/mevrouw,

Hierbij maak ik pro forma bezwaar tegen uw besluit van 4 mei 2026 met kenmerk 2026-0013195/14225 inzake mijn Woo-verzoek.
Ik verzoek u mij een redelijke termijn te geven om de gronden van mijn bezwaar nader aan te vullen.

Graag ontvang ik een ontvangstbevestiging van dit bezwaar.

Met vriendelijke groet,
S. Meyer
-----
Directeur en oprichter
+31 6 4588 3058
info@coldcasezaken.nl
coldcasezaken.nl


Pro forma bezwaar toegekend

Geachte heer Meyer,

Hierbij bevestig ik de ontvangst van uw pro forma bezwaar tegen het besluit met kenmerk 2026-0013195/14225 en stel ik u in de gelegenheid om de gronden van uw bezwaar binnen een termijn van vier weken aan te vullen. Deze termijn eindigt op 13 juli 2026.

U dient de hierboven gevraagde informatie schriftelijk of per e-mail in te dienen bij de Woo-desk van de Staf Korpsleiding onder vermelding van het volgende kenmerk: 2025-0029395/14905/14225. Indien uw pro-forma bezwaar na 13 juli 2026 niet nader aangevuld is met inhoudelijke gronden, stel ik uw bezwaar buiten behandeling.

Indien het verzuim tijdig is hersteld, heeft u in beginsel het recht om naar aanleiding van uw bezwaarschrift te worden gehoord. Zou u in uw bezwaarschrift aan kunnen geven of u gebruik wenst te maken van dit recht. 

Let op: Er is hier sprake van een herstelverzuim i.v.m. de ontbrekende gronden. Hier geldt een opschorting van het nemen van een beslissing op bezwaar vanaf de dag dat het herstelverzuim is verzonden tot de indiening van de gronden van het bezwaar. Mits deze door u binnen de termijn van de benoemde vier weken zijn ingediend.

Vragen

Als u vragen heeft over de afhandeling van uw verzoek, dan kunt u contact opnemen met de Woo-desk via Woo.skl@politie.nl

 

Met vriendelijke groet,

 

----

Juridisch adviseur

E -----

E woo.skl@politie.nl

Werkdagen: ma, di & do

 

Politie | Staf Korpsleiding Expertisegebied Juridische Zaken

Nieuwe Uitleg 1,  2514 BP Den Haag

Postbus 17107, 2502 CC Den Haag

 

Meer informatie? Kijk op politie.nl


Meyer: Bezwaar tegen besluit politie

Geachte mevrouw J. ----,

Hierbij maak ik bezwaar tegen uw besluit van 4 mei 2026, verzonden op 6 mei 2026, onder kenmerk 2026-0013195/14225, waarbij mijn Woo-verzoek betreffende een overzicht van onopgeloste levensdelicten (cold cases) volledig is afgewezen.

Middels deze brief verzoek ik u het bezwaarschrift gegrond te verklaren, het bestreden besluit te herroepen en alsnog een nieuw besluit te nemen met inachtneming van onderstaande gronden.
Het bezwaar bevat de volgende gronden:
1. Onvoldoende gemotiveerd dat geen bestaande documenten aanwezig zijn;
2. Onvoldoende gemotiveerd dat sprake zou zijn van het vervaardigen van een nieuw document;
3. Onvoldoende concrete belangenafweging ten aanzien van artikel 5.1, tweede lid, onder e, Woo;
4. Onvoldoende aandacht voor gedeeltelijke openbaarmaking;
5. Onvoldoende motivering waarom openbaarmaking van namen categorisch zou moeten worden geweigerd;
6. Opsporingsbelang niet kenbaar beoordeeld.
De gronden van bezwaar worden hieronder uiteengezet. Tot slot volgt een conclusie, waarin wij u verzoeken het bezwaar gegrond te verklaren.

Ad 1. Onvoldoende gemotiveerd dat geen bestaande documenten aanwezig zijn
Het eerste punt van bezwaar ziet op de motivatie. Als primaire grondslag voor de afwijzing stelt u dat geen lijst of overzicht bestaat waarin de gevraagde gegevens als zodanig zijn vastgelegd. Deze motivering is onvoldoende.

Uit het besluit blijkt niet:
welke systemen, registraties en databases zijn onderzocht;
welke organisatieonderdelen zijn bevraagd, waaronder landelijke en regionale coldcaseteams;
of bestaande overzichten, registraties of rapportages beschikbaar zijn;
op welke wijze is vastgesteld dat de gevraagde informatie niet reeds in documenten is vastgelegd.

De enkele mededeling dat een lijst of overzicht niet bestaat maakt niet inzichtelijk welke zoekslag heeft plaatsgevonden en hoe die conclusie tot stand is gekomen.

Daarnaast volgt uit het besluit niet dat geen documenten bestaan waarin afzonderlijke onderdelen van de gevraagde informatie zijn opgenomen. Mijn verzoek ziet op openbaarmaking van informatie over cold cases. Dat de gevraagde informatie mogelijk niet in exact de door mij gewenste vorm is samengebracht, betekent nog niet dat geen openbaarmakingsplicht bestaat voor reeds aanwezige documenten waarin die informatie voorkomt. De door u gehanteerde benadering lijkt bovendien onvoldoende recht te doen aan het fundamentele uitgangspunt van de Woo dat overheidsinformatie openbaar is, tenzij een wettelijke uitzonderingsgrond zich daartegen verzet.

Indien een bestuursorgaan een verzoek uitsluitend zou kunnen afwijzen omdat de gevraagde informatie niet reeds in één kant-en-klaar overzicht is samengebracht, zou dit afbreuk doen aan het doel van de wet. De vraag behoort daarom niet uitsluitend te zijn of de gevraagde lijst bestaat, maar ook welke bestaande documenten en registraties de gevraagde informatie bevatten en in hoeverre die informatie openbaar kan worden gemaakt. Het ontbreken van een reeds samengesteld overzicht vormt geen zelfstandige uitzonderingsgrond als bedoeld in de Woo.

Ik verzoek daarom om een nadere specificatie van de verrichte zoekslag en een gemotiveerde toelichting op de vraag welke documenten, registraties, databases en overzichten zijn onderzocht.

Ad 2. Onvoldoende gemotiveerd dat sprake zou zijn van het vervaardigen van een nieuw document
Het tweede punt van bezwaar ziet op de motivering rondom de vervaardiging van nieuwe documenten. U stelt dat voldoen aan het verzoek zou neerkomen op het vervaardigen van een nieuw document. Deze conclusie wordt niet onderbouwd en trek ik tevens in twijfel.

Uit het besluit blijkt niet welke gegevens reeds digitaal beschikbaar zijn en of deze gegevens in bestaande systemen raadpleegbaar zijn. Ook blijkt niet of een selectie of export uit een bestaande database mogelijk is en welke concrete bewerkingen zouden moeten worden verricht.

Zonder deze informatie kan niet worden beoordeeld of daadwerkelijk sprake is van het vervaardigen van een nieuw document, dan wel van het verstrekken van reeds bestaande informatie uit bestaande registraties. Ik acht de motivering op dit punt ontoereikend.

Ad 3. Onvoldoende concrete belangenafweging ten aanzien van artikel 5.1, tweede lid, onder e, Woo
Het derde punt van bezwaar ziet op de belangenafweging. Subsidiair beroept u zich op de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van nabestaanden. Hoewel ik onderken dat belangen van nabestaanden onder omstandigheden kunnen meewegen bij de toepassing van de Woo, is de verrichte belangenafweging te algemeen geformuleerd.

Het besluit bevat uitsluitend algemene verwijzingen naar emotionele belasting, hernieuwde confrontatie, ongewenste publiciteit en verstoring van het verwerkingsproces.
Deze argumenten worden niet geconcretiseerd ten aanzien van de daadwerkelijk gevraagde informatie.

Evenmin wordt onderscheid gemaakt tussen verschillende categorieën gegevens, zoals:
de naam van het slachtoffer;
de plaats van het delict;
het jaar van het delict;
de kwalificatie van het delict;
een korte omschrijving van de toedracht.
Per categorie kan de mate van aantasting van de persoonlijke levenssfeer wezenlijk verschillen. De Woo verlangt een concrete en kenbare belangenafweging. Die ontbreekt in het bestreden besluit.

Tot slot wil ik u wijzen op het feit dat de belangenafweging niet voldoende evenwichtig is gemaakt. In het besluit wordt uitsluitend aandacht besteed aan mogelijke negatieve gevolgen van openbaarmaking voor nabestaanden, zonder kenbaar gewicht toe te kennen aan het belang dat nabestaanden kunnen hebben bij het oplossen van deze zaken. Juist bij onopgeloste levensdelicten duurt de onzekerheid voor familieleden vaak jarenlang, of zelfs decennialang, voort. Het ontbreken van duidelijkheid over de toedracht en de dader vormt voor veel nabestaanden een voortdurende emotionele belasting. Openbaarmaking van basale gegevens over cold cases kan bijdragen aan nieuwe tips, getuigenverklaringen en maatschappelijke aandacht, hetgeen de kans op opheldering van deze zaken kan vergroten.

Daarbij is van belang dat de politie zelf bij cold cases regelmatig actief de hulp van burgers, media en maatschappelijke organisaties inroept om nieuwe informatie te verkrijgen.

Het publiekelijk verspreiden van gegevens over onopgeloste zaken wordt in dat kader kennelijk gezien als een middel dat het opsporingsbelang en uiteindelijk ook de belangen van nabestaanden kan dienen.

Tegen die achtergrond is onvoldoende gemotiveerd waarom openbaarmaking van de door mij gevraagde gegevens in algemene zin schadelijk zou zijn voor nabestaanden, terwijl vergelijkbare informatie in andere gevallen juist actief door de politie wordt gedeeld met het oog op het verkrijgen van nieuwe aanknopingspunten.

De enkele stelling dat openbaarmaking kan leiden tot emotionele belasting of hernieuwde confrontatie is onvoldoende voor een afwijzing. Van een zorgvuldige belangenafweging had mogen worden verwacht dat ook het tegenovergestelde belang wordt betrokken, namelijk dat grotere maatschappelijke bekendheid van onopgeloste levensdelicten kan bijdragen aan waarheidsvinding, identificatie van daders en het bieden van duidelijkheid aan nabestaanden. Uit het bestreden besluit blijkt niet dat deze belangen kenbaar zijn meegewogen.

Van een zorgvuldige belangenafweging had mogen worden verwacht dat niet alleen de mogelijke nadelen van openbaarmaking worden benoemd, maar ook de potentiële voordelen voor waarheidsvinding, opsporing en het belang van nabestaanden bij opheldering van onopgeloste zaken.

Uit het bestreden besluit blijkt niet dat deze belangen kenbaar zijn betrokken bij de afweging. De motivering acht ik daarom onvoldoende.

Ad 4. Onvoldoende aandacht voor gedeeltelijke openbaarmaking
De Woo gaat uit van maximale openbaarheid en verlangt dat wordt onderzocht of informatie gedeeltelijk openbaar kan worden gemaakt.
In het besluit ontbreekt een kenbare beoordeling van minder verstrekkende alternatieven.

Niet blijkt dat is onderzocht of bijvoorbeeld openbaarmaking mogelijk is van enkele onderdelen van de gegeven, zoals datum/ jaar en plaats van het delict, de kwalificatie van het delict, gegevens zonder direct identificerende gegevens of geanonimiseerde samenvattingen.

De Woo gaat uit van maximale openbaarheid van overheidsinformatie, waaronder politie-informatie. Indien bepaalde onderdelen van gevraagde informatie niet openbaar kunnen worden gemaakt, brengt dat niet zonder meer mee dat het volledige verzoek mag worden afgewezen. Een bestuursorgaan dient juist te onderzoeken of de betreffende belangen kunnen worden beschermd door middel van bijvoorbeeld gedeeltelijke openbaarmaking of anonimisering.

Het besluit geeft daardoor onvoldoende inzicht waarom volledige weigering noodzakelijk zou zijn.

Ad 5. Onvoldoende motivering waarom openbaarmaking van namen categorisch zou moeten worden geweigerd
De vijfde grond hangt samen met de vorige bezwaarsgrond. In het besluit wordt erkend dat de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in de Woo niet rechtstreeks ziet op overleden personen. Vervolgens wordt zonder nadere motivering aangenomen dat openbaarmaking van namen van slachtoffers steeds leidt tot een zwaarder wegend belang van nabestaanden.

Een dergelijke categorische benadering past niet bij het systeem van de Woo, waarin een concrete belangenafweging vereist is.
Daarbij is van belang in aanmerking te nemen dat het gaat om slachtoffers van ernstige misdrijven waarvan de identiteit in een aanzienlijk aantal gevallen reeds publiek bekend is geworden via media, strafrechtelijke procedures of eerdere politiepublicaties. Dat neemt niet weg dat in individuele gevallen bescherming gerechtvaardigd kan zijn, maar rechtvaardigt niet zonder meer een generieke afwijzing voor alle zaken.

Ad 6. Opsporingsbelang niet kenbaar beoordeeld
In het verzoek is uitdrukkelijk aandacht besteed aan de verhouding tussen openbaarheid en het opsporingsbelang. Opmerkelijk genoeg bevat het besluit geen zelfstandige beoordeling van de vraag of openbaarmaking van de gevraagde gegevens de opsporing of vervolging van strafbare feiten zou kunnen schaden.
Indien dergelijke belangen daadwerkelijk spelen, had het voor de hand gelegen deze expliciet te betrekken bij de besluitvorming en per categorie gegevens te motiveren. Het ontbreken van een dergelijke beoordeling maakt het besluit onvoldoende zorgvuldig gemotiveerd.

Daarbij komt dat het opsporingsbelang niet uitsluitend een belang is dat door openbaarmaking kan worden geschaad, maar onder omstandigheden juist ook door openbaarmaking kan worden gediend. Cold cases kenmerken zich immers doordat eerdere opsporingsonderzoeken niet tot een oplossing hebben geleid. In dergelijke zaken kan hernieuwde publieke aandacht leiden tot nieuwe tips, getuigenverklaringen of andere relevante informatie die voorheen niet beschikbaar was.

Juist om die reden maakt de politie zelf regelmatig gebruik van informatieverstrekking aan het publiek, zoals oproepen, mediacampagnes, coldcasekalenders en uitzendingen van Opsporing Verzocht.

Tegen deze achtergrond had van een zorgvuldige belangenafweging mogen worden verwacht dat niet alleen wordt bezien of openbaarmaking eventuele risico's voor de opsporing met zich brengt, maar ook of openbaarmaking van bepaalde feitelijke basisgegevens het opsporingsbelang juist kan ondersteunen. Uit het bestreden besluit blijkt niet dat deze mogelijkheid is onderzocht of meegewogen.

Conclusie
Gelet op het voorgaande, verzoek ik u dit bezwaar gegrond te verklaren en het bestreden besluit te herroepen. Ook verzoek ik u nader onderzoek te verrichten naar de aanwezigheid van bestaande documenten en overzichten en per categorie gegevens een belangenafweging te maken.

Ik verzoek u daarbij te beoordelen of volledige openbaarmaking mogelijk is en, wanneer dat niet mogelijk is, te beoordelen of gedeeltelijke openbaarmaking mogelijk is. Tot slot verzoek ik u een nieuw besluit op het Woo-verzoek te nemen, waarbij ik verzoek te worden gehoord.

Wellicht ten overvloede, wil ik u erop wijzen dat de stichting openstaat voor het maken van een plan van aanpak ten behoeve van de behandeling van het Woo-verzoek.

Met vriendelijke groet,
Sander Meyer

Standpunt Stichting Coldcasezaken

Meyer is van mening dat de politie op de stoel gaat zitten van duizenden nabestaanden door namens hen te beslissen dat het openbaarmaken van de zaak van hun omgekomen of vermiste familielid een negatieve invloed zal hebben op hun levenssfeer, en dat het daarom beter is de zaak te laten rusten.

Dit terwijl nabestaanden die contact opnemen met de stichting juist aangeven duidelijkheid te willen, erkenning te willen en te verlangen dat de dader alsnog wordt gepakt. Datzelfde beeld kwam naar voren via verslaggeving van de afgelopen Nationale Cold Case Dag. De politie beslist echter eigenmachtig voor duizenden mensen die daar nooit om hebben gevraagd. Voor Meyer is dat onacceptabel, en hij laat het er niet bij zitten.

Daar komt nog een fundamentele vraag bij: waarom weigert de politie een lijst van onopgeloste cold cases beschikbaar te stellen voor onderzoeksplatforms, journalisten, particuliere onderzoekers en privédetectives? En misschien wel het meest wrang: ook nabestaanden hebben recht om te weten dat de zaak van hun familielid bestaat en serieus wordt genomen. De politie stelt hen te beschermen, maar Meyer vraagt zich hardop af wie hier werkelijk wordt beschermd. Want zolang de lijst verborgen blijft, blijft ook de dader buiten beeld.

Reacties van nabestaanden in cold cases

R. van Tienhoven, familie van de vermoorde Anton van Tienhoven (2004): 
"Ben het er helemaal met eens, nabestaanden willen het allerliefste aandacht voor de zaak & hopen natuurlijk nog altijd op een antwoord!

E. van der Hoeven, familie van de vermoorde Rudy van der Hoeven (2006)
''Het klopt dat ook ik als nabestaanden het niet eens ben met de politie. Waarom zou t invloed hebben op onze persoonlijke levenssfeer als het geopenbaard wordt? Juist t tegendeel wij brengen t zelf naar buiten ,zoeken zelf de media op en blijven aan de boom schudden . Er zou geen enkel slachtoffer vergeten mogen worden zo ook de daders niet. En deze zouden hun straf niet mogen ontlopen dat is geen wraak maar van maatschappelijk belang. Daarbij zou t maatschappelijk belang (dus van ons allemaal) zwaarder moeten wegen dan t belang van 1 iemand. Er zouden geen moordenaars ongestraft op een terrasje mogen zitten naast je of je buurman mogen worden niemand mag wegkomen met moord of doodslag. Alleen bij openbaring van al deze coldcasezaken die nu verborgen ergens op een plankje liggen te verstoffen kunnen er nog nieuwe tips feiten worden gevonden en niet alleen elk slachtoffer en zijn naasten zou een motivatie moeten zijn maar vooral nog al die ongestrafte daders die hun straf niet zouden moeten mogen ontlopen zou een motivatie moeten zijn voor de politie om deze zaken openbaar te maken in de hoop de zaak opgelost te krijgen via nieuwe tips feiten . Vooral nog t maatschappelijke belang en t voorbeeld dat je niet ongestraft maar iemand van zijn leven kan beroven''